Visitatie

Voor woensdag staat de visitatie in mijn agenda. Vanuit de beroepsvereniging word ik getoetst op mijn werkpraktijk. Of ik voldoe aan de voorschriften en de richtlijnen. Of en welke scholing ik heb gevolgd en hoeveel punten ik daarmee heb behaald. Of en hoeveel zaken ik in een bepaalde periode heb behandeld. En of deze zaken zijn afgehandeld dan wel afgebroken, halverwege of aan het einde van het traject.

 

Ik weet dat ik mijn zaken goed voor elkaar heb. Ik weet dat het een momentopname is. Ik weet op welke punten ik mogelijk tekort zal schieten. En dat ik dan hersteltijd krijg. Maar voor mijn gevoel gaat mijn kop er straks af. Immers, innerlijk voer ik een strijd met de perfectionist die in mij huist. Nog steeds. De perfectionist die het nooit goed of nooit goed genoeg vindt. Nooit. Die vindt dat het altijd beter kan. Dat het perfect moet zijn. Moet. Altijd. De perfectionist die er voor zorgt dat het bekende gevoel van faalangst komt bovendrijven. Want, wat gebeurt er als de toets niet goed wordt bevonden, of niet goed genoeg. Dan gaat misschien wel echt mijn kop eraf, figuurlijk dan, en word ik beroepsmatig een kopje kleiner gemaakt. En wat moet ik dan?

 

Dus ben ik al een tijdje bezig om de perfectionist in mij de mond te snoeren en een kopje kleiner te maken. Ik voer vooral een innerlijke strijd. Om de punten en de goedkeuring. Terwijl het gaat om het behaalde resultaat en dat mijn klanten tevreden zijn en goed geholpen.

 

Misschien herkent u dit wel? 

 

Deze blog is eveneens als column verschenen in 't Blaadje Kinrooi België van 19 maart 2016